In dit artikel betogen Cees Veerman en collega Cor Van Beuningen dat het kabinet Jetten veel meer moet doen om de autoritaire verleiding te stoppen. Denken dat burgerschapscampagnes hier zouden kunnen helpen wijst op een fatale miskenning van aard en urgentie van het probleem. Toch is de staat hier niet machteloos. Dé manier – en de enige manier - om het tij te keren is door de overheidspresentie in de samenleving anders te oriënteren; door publieke taken anders in te richten. Maatschappelijke opgaven als veiligheid, zorg, woningbouw, landbouw en energietransitie zijn niet alleen beleidsdossiers, maar ook plaatsen waar burgers verantwoordelijkheid kunnen nemen, elkaar ontmoeten en gezamenlijk problemen oplossen. Publieke taken moeten zó georganiseerd worden dat zij materie en motief opleveren voor mensen om samen aan de slag te gaan.
Publieke taken vormen de infrastructuur van de Democratie
Een groeiend deel van de bevolking ervaart afstand tot de Haagse politiek en wantrouwen tegen bestuurlijke elites. Die vervreemding is niet louter een kwestie van incidenten of beleidsfouten. Zij weerspiegelt een diepere verschuiving in de verhouding tussen staat en samenleving. Wanneer frustraties over bestaansonzekerheid, statusverlies, culturele ontheemding, verlies van grip en de pijn van miskenning zich opstapelen, worden autoritaire alternatieven aantrekkelijk.
Maar democratische veerkracht groeit niet zomaar via burgerschapscampagnes of morele oproepen. Zij ontstaat als mensen ervaren dat zij gezien en erkend worden, dat zij ertoe doen, dat hun bijdrage zinvol is en dat zij alleen samen problemen kunnen oplossen.
Hier ligt de kern: publieke taken, zoals veiligheid, onderwijs en zorg, zijn niet slechts verplichtingen van de overheid, niet slechts af te handelen zaken. Zij zijn het gezicht van de staat in de samenleving. Ze bieden kansen aan burgers elkaar te laten ontmoeten, met hen samen belangen af te wegen, hen verantwoordelijkheid te laten dragen en zo hun engagement en handelingsvermogen te ontwikkelen.
Erkenning en engagement
Maar dan moet de politie niet alleen de veiligheidsproblemen in de wijk oplossen, maar ook en vooral het probleemoplossend vermogen van de bewoners en hun netwerken verhogen. Dan moet een zorginstelling niet alleen zorg verlenen, maar ook en vooral het zorgend vermogen van mensen en hun sociale omgeving versterken. En wanneer onderwijs alleen kennis overdraagt, blijft burgerschap abstract. Als ze samenwerking en verantwoordelijkheid oefent, ontstaat democratische vaardigheid. Wanneer straf alleen uitsluit, verhardt de samenleving; als herstel centraal staat, wordt sociale binding versterkt.
Publieke taken moeten dus niet alleen problemen oplossen, maar het probleemoplossend vermogen van mensen en hun netwerken versterken. Niet minder ambitie, maar een bredere oriëntatie: van sturen en beheersen naar activeren en faciliteren, van zorgen voor naar zorgen dat.
Die benadering maakt ook zichtbaar hoe sterk beleidsterreinen met elkaar verweven zijn. Wat in Den Haag als afzonderlijke dossiers verschijnt, is in wijken en regio’s één ondeelbare werkelijkheid.
"Het cynisme raakt zijn voedingsbodem kwijt als mensen betekenis ervaren"
Daarom is regionalisering niet meer een optie, maar noodzaak. Nationale doelen blijven richtinggevend, maar worden concreet ingebed in de ontwikkeling van de lokale samenleving. Als bevoegdheden en middelen dichterbij worden georganiseerd leren mensen invloed uit te oefenen en verantwoordelijkheid te nemen. Gaandeweg wíllen ze meer doen, omdat ze betekenis ervaren, ertoe doen en dingen doen die ertoe doen. Het cynisme dat gepaard ging met het gevoel uitgesloten te zijn raakt zijn voedingsbodem kwijt. In het proces groeit cohesie door gezamenlijk handelen.
De staat wordt beleefd door wat hij doet. Wanneer zijn handelen burgers reduceert tot cliënten, obstakels of deplorables, ondergraaft hij zijn eigen fundament. Wanneer daarentegen zijn handelen hen in staat stelt om samen verantwoordelijkheid te dragen voor veiligheid, zorg, ruimte en toekomst, onderhoudt en versterkt hij de democratische basis waarop hij rust.
Het kabinet-Jetten staat op een constitutioneel kruispunt. Het gaat om de vraag hoe publieke taken worden georganiseerd in een tijd van polarisatie en autoritaire verleiding. Het kabinet kan kiezen voor een hoopvolle en krachtige visie, belichaamd in herkenbaar en integer leiderschap, of voor een verder afglijden naar cynisme en vijanddenken. Om dat laatste te voorkomen, moet het resoluut aan de slag gaan met het versterken van het zelforganiserend vermogen van de samenleving – en daarmee met het redden van de democratische rechtsstaat.
Dit artikel is gepubliceerd in Trouw van donderdag 19 maart 2026. Het artikel is ook online te lezen via deze link .

