Eind juli publiceerde het FD een voorpublicatie uit het boek De Bermudadriehoek van talent van Simon van Teutem. Haarscherp fileert Van Teutem de mentaliteit van zijn generatiegenoten. In de studiebanken koesteren ze grote idealen, maar eenmaal op de arbeidsmarkt zwichten ze voor het geld en de status van consultancy, advocatuur of de financiële sector. Een verspilling van creativiteit en intelligentie. Waarom zetten ze zich niet in voor de samenleving door de politiek in te gaan, journalist te worden of bij een denktank te gaan werken?
De reactie van Zuidas-advocaat Simon Hellendall was snel en fel: ook bij een advocatenkantoor kun je goede dingen doen, stelde hij in zijn bijdrage. ‘Rechtshulp bieden en de rechtsstaat versterken’ zijn niet bepaald idealen om te veronachtzamen. Bovendien verdien je op de Zuidas een fijn salaris, zijn er goede opleidingen en leuke collega’s – óók legitieme drijfveren voor jonge, talentvolle mensen.
Van Teutem had er dus beter aan gedaan niet bij voorbaat een Zuidas-carrière af te fakkelen. Toch blijft zijn achterliggende zorg legitiem. Zou het onze samenleving niet goed doen als er wat schaarse tijd en aandacht wordt verlegd van ‘spreadsheets voor aandeelhouderswaarde’ naar de ‘urgente uitdagingen van onze tijd’? Dat iets meer jonge talentvolle mensen zich buigen over bijvoorbeeld de vraag naar de levensvatbaarheid van de democratie, of de bedreigingen van de nieuwe multipolaire wereldorde voor de Nederlandse economie?
Verschillende keren noemt Van Teutem werken bij een ngo, in de journalistiek of bij een denktank als alternatief voor de grauwe wereld van het geld. Maar hier stokt zijn verhaal. Want hoe bereikbaar en aantrekkelijk zijn die alternatieven?
Veel animo
Zelf ben ik millennial én werk ik bij een onafhankelijke denktank voor samenlevingsvraagstukken. Wij organiseren (vrij toegankelijke) leergangen voor jonge bankiers, ondernemers en ambtenaren, over de maatschappelijke en morele dilemma’s die ze op hun werk tegenkomen. Het gaat dan over beroepseer, zingeving, en morele ambitie. De zaal zit bij elke bijeenkomst vol.
Aan jonge, getalenteerde mensen die bij ons willen komen werken is ook geen gebrek. Ze komen uit het bedrijfsleven, van de overheid en van universiteiten. Maar een baan aanbieden kunnen we ze niet. Want wie gaat dat betalen?
Buiten de sporadische verkoop van een boek zijn denktanks in Nederland afhankelijk van subsidies en filantropie. Subsidies zijn schaars en vaak gericht op concrete projecten. Intellectuele filantropie bestaat vrijwel niet in Nederland, met uitzondering van een paar familiefondsen en levensbeschouwelijke fondsen. De meeste mensen in Nederland geven liever aan de dierenambulance of voor onderzoek naar een zeldzame ziekte.
Weinig budget
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal denktanks in Nederland vrijwel op een hand te tellen is. Ze draaien op kleine teams, grotendeels vrijwillig, met budgetten van een paar ton. Hetzelfde geldt voor de wetenschappelijk instituten van de politieke partijen. Er is er geen met meer dan vier fte in dienst.
Vergelijk dat met de Verenigde Staten. Daar vind je in een studentenstad op elke hoek van de straat wel een Hall, een gebouw dat is vernoemd naar de donateur, een van de alumni van die universiteit die goed heeft geboerd. In de VS weten ze namelijk wél wat intellectuele filantropie is. Rutger Bregman, Van Teutems collega bij De Correspondent, heeft dat goed door. De Amerikaanse uitrol van zijn School voor Morele Ambitie wordt vrijwel volledig gefinancierd door grote weldoeners. Bregman levert boter bij de vis. De jonge, talentvolle mensen die hun werk in de consultancy of advocatuur opzeggen, krijgen er bij hem een gegarandeerde baan voor terug, met een fatsoenlijk salaris.
Financieel bijspringen
De constatering die mist in het verhaal van Van Teutem is dat in Nederland vrijwel niemand de verantwoordelijkheid voelt voor het financieren van denktanks, politieke partijen en onderzoeksjournalistiek. Van Teutem schopt hard tegen de schenen van zijn generatiegenoten. Verfrissender was het geweest als hij hun welvarende ouders en grootouders had aangesproken.
Waar blijft de bijdrage van de boomers aan de morele en intellectuele vorming van een talentvolle nieuwe generatie? Hoe ondersteunt generatie X de infrastructuur van ideeën, studie en debat, die onze democratie en welvarende samenleving stut?