Onafhankelijk worden van Big Tech een onmogelijke opgave? In een nieuw essay in META, vakblad voor bibliotheek & archief, laten David Oldenhof-Boks en Hans-Dieter Hiep zien dat een publiek en democratisch alternatief wél mogelijk is. En de sleutel ligt verrassend dichtbij: de lokale bibliotheek. Hieronder het hele artikel. Het artikel is ook te vinden op de website van vvbad.be.

De openbare bibliotheek in Twello. © Lilian van Rooij
Het Internet is stuk
Het internet is een kritieke infrastructuur, waar we allemaal afhankelijk van zijn. Momenteel is het internet voor het leeuwendeel in handen van een paar private Amerikaanse techbedrijven. De hechte samenwerking tussen de regering Trump II en Silicon Valley heeft Europa eindelijk de ogen geopend voor de enorme kwetsbaarheid die gepaard gaat met deze afhankelijkheid.
Vooral jongeren zijn hiervan de dupe: het gebruik van socialemediaplatformen heeft negatieve bijwerkingen, met name op het mentale welzijn van jongeren. Rapporten laten zien dat het levensgeluk van jonge ‘gebruikers’ in de afgelopen paar jaar een flinke deuk opgelopen heeft. De belangrijkste oorzaak is het verdienmodel achter big tech: zo lang mogelijk de aandacht van de gebruiker vasthouden, zoveel mogelijk advertenties voorschotelen, en persoonlijke data verzamelen om te verkopen.
Artificiële intelligentie (AI) gebruikt die data om de menselijke cognitie te modelleren en daarop te anticiperen, maar ook om veel gerichter doelwitten te selecteren voor specifieke content. ‘Sociale’ media worden daarom steeds interessanter voor statelijke actoren, omdat ze geautomatiseerde en gepersonaliseerde propagandakanalen opleveren. Het internet kan enerzijds door staten en anderzijds door big tech doelbewust ingezet worden om de democratie te ondermijnen. In de hybride oorlogsvoering van tegenwoordig is dat een goedkope en eenvoudige manier om chaos en disrupties te veroorzaken.
Deze structurele problemen zijn langer bekend, en veel partijen werken al aan oplossingen. In dit artikel pleiten wij ervoor dat Europese publieke organisaties, inclusief openbare bibliotheken, intensiever gaan samenwerken aan een alternatief internet dat wij zelf beheren. Dat kan door het internet decentraal (Europees, nationaal, regionaal en lokaal) te organiseren, mét democratische inspraak en lokaal eigenaarschap. Een internet op basis van Europese waarden zoals federatieve samenwerking, open source, privacy en veiligheid. Zo kan internet ten dienste staan van de publieke verheffing en dus van een vitale samenleving.
Een internet op basis van Europese waarden zoals federatieve samenwerking, open source, privacy en veiligheid. Zo kan internet ten dienste staan van de publieke verheffing en dus van een vitale samenleving.
Een alternatief internet vanuit de bibliotheek in tijden van grote geopolitieke spanningen
De grote afhankelijkheid van buitenlandse ‘disruptieve’ technologie en big tech wordt extra gevoeld in tijden van geopolitieke spanningen. Dat raakt ook onze landen, regio’s en buurten. Niet voor niets hebben Nederlandse huishoudens begin 2026 een overheidsbrochure in de brievenbus gekregen met daarin informatie over hoe je je kunt voorbereiden op een noodsituatie. Dat is een aanvulling op de aanbeveling om een noodpakket en contant geld in huis te halen voor het geval zich een ramp voordoet. Rampen kunnen toevallig plaatsvinden (door onkunde van de mens of door een natuurfenomeen) of kunnen moedwillig veroorzaakt worden. Secretarisgeneraal van de NAVO, Mark Rutte, zegt zelfs dat we ons geestelijk dienen voor te bereiden op een oorlogssituatie. De boodschap is helder: we moeten ons beter voorbereiden teneinde een crisis te kunnen doorstaan.
In de Nederlandse overheidsbrochure wordt een plek in de buurt genoemd waar mensen elkaar kunnen treffen wanneer er thuis geen internet of elektriciteit is, en er dus geen communicatie meer mogelijk is. Een plek waar de overheid informatie verstrekt, en waar mensen met de overheid kunnen communiceren. De openbare bibliotheek dient zich aan als de logische plek hiervoor. Dat bouwt voort op haar huidige maatschappelijke rol: de meeste bibliotheken hebben een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) en vanaf 1 januari 2027 hebben gemeentes in Nederland een wettelijke zorgplicht om bibliotheekvoorzieningen aan te bieden aan alle inwoners. Bibliotheken zijn immers kritische infrastructuur. Ook in de coronaperiode zijn ze als zodanig aangewezen, terwijl we er tijdens de corona-periode nog van uitgingen dat thuis altijd verbonden zou blijven met internet en elektriciteit: een idee waar nu geen zekerheid meer over bestaat en waar we ons dus beter op voorbereiden.
Mensen hebben tijdens crises een sterke behoefte aan contact met elkaar en met naasten. Volgens doctor Jori Kalkman, expert crisismanagement, hebben mensen twee fundamentele behoeftes tijdens een noodsituatie: elkaar treffen en informatie krijgen. Bij de stroomstoring in Spanje en Portugal van vorig jaar hadden mensen vooral nood aan meer duidelijkheid, bleek onder meer uit onderzoek van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Weten dat je bij de bibliotheek terechtkunt voor informatie en communicatie helpt om angst weg te nemen en het gevoel van kwetsbaarheid te verminderen.
Mensen hebben tijdens crises een sterke behoefte aan contact met elkaar en met naasten.
In de ideale situatie is een bibliotheek-noodsteunpunt daarnaast een plek waar mensen niet alleen iets komen halen, maar ook iets komen brengen. Veel inwoners willen in tijden van crises iets betekenen voor een ander, dus is een noodsteunpunt in de bibliotheek een middel om dat te faciliteren en burenhulp te organiseren. Bij een ramp kan een bibliotheek desgewenst ook fungeren als lokale commandopost.
Technologische fundering van een back-upnetwerk
Het aanwijzen van bibliotheken als noodsteunpunten is de eerste stap. Om te garanderen dat daar betrouwbare informatie voorhanden is wanneer er geen internet of stroom is, dient een back-upnetwerk te worden uitgerold dat volledig gescheiden werkt van het huidige commerciële internet, en gekoppeld is aan decentrale elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast zijn de volgende eisen te stellen:
Het is een apart, decentraal netwerk met apparatuur die zéér energiezuinig is, zodat het zo lang mogelijk mee kan gaan op batterijen en hernieuwbare energie, voor het geval de centrale stroomvoorziening uitvalt of hapert.
- De netwerken zijn met speciale terabit-glasvezelkabels verbonden, en de verbindingen werken geheel los van het huidige internet. Deze eis heet ook wel ‘galvanisch gescheiden’.
- Het netwerk dient shockproof en waterproof te zijn, zodat het ook blijft werken bij aardverschuivingen en overstromingen, bijvoorbeeld door een dijkdoorbraak. Dat lukt door veel verbindingsredundantie en elektrische apparatuur boven zeeniveau te installeren, terwijl de glasvezels ook onder water blijven werken.
- De betrokken partijen zijn non-profit en dienen het publieke belang. Ze verbinden ook universiteiten, hogescholen, onderzoeks- en overheidsinstellingen. In Nederland denken we dan aan partijen zoals de Samenwerkende Universitaire Rekenfaciliteiten (SURF) en Stichting Government Roaming Nederland (Stichting govroam).
In Nederland liggen veel netwerken, maar het is steeds minder bekend hoe die netwerken nu precies gestructureerd zijn en beheerd worden: het alternatieve back-upnetwerk dient ook goed en snel te werken wanneer het gewone internet uit ligt, dus er mogen geen verborgen afhankelijkheden in zitten.
De basis van een nieuw, alternatief en publiek internet
Een publiek internet dat hierdoor mogelijk wordt, zal veel meer opleveren dan alleen noodinfrastructuur. Het alternatieve netwerk kan in vredestijd ook gebruikt worden voor het leveren van decentrale digitale diensten, zonder winstoogmerk, zonder targeting, zonder cookies en trackers, en zonder sturende en verslavende algoritmes. Bibliotheken hebben van oudsher respect voor lezersprivacy: dat principe geldt ook voor het publieke internet in tegenstelling tot het huidige commerciële internet.
Voor bijna alle bigtechapplicaties ligt er al een publieke variant op de plank, die relatief eenvoudig en goedkoop aangepast kan worden en op een eigen manier geïntegreerd. De valkuil, gegraven door big tech zelf, is dat veel mensen denken dat internet en computers te technisch zijn, en dan maar overgelaten moeten worden aan techneuten. Mensen worden daardoor slechts passieve consumenten, die gemakkelijk te beïnvloeden zijn door technische systemen.
Bibliotheken kunnen mensen helpen zich hiervan los te maken en hen laten inzien dat zij ook in het digitale landschap betekenisvolle inspraak hebben. Bibliotheken zijn goed gepositioneerd om te dienen als facilitator van digitale democratische betrokkenheid, waarbij mensen in plaatselijk verband zeggenschap krijgen over de inrichting en het gebruik van hun digitale landschap. Voor het digitaal organiseren van verenigingen of buurten kunnen applicaties zoals DeltaChat in plaats van WhatsApp gebruikt worden. Het web werkt goed voor publicaties als die een Digital Object Identifier (DOI) hebben en deze digitale objecten door bibliotheken gecategoriseerd en gearchiveerd worden, maar denk ook aan publicaties met behulp van applicaties zoals The Rogue Scholar (voor wetenschappelijke weblogs), Mastodon (in plaats van Twitter/X), en PeerTube (in plaats van YouTube/Vimeo).
Bibliotheken zijn goed gepositioneerd om te dienen als facilitator van digitale democratische betrokkenheid, waarbij mensen in plaatselijk verband zeggenschap krijgen over de inrichting en het gebruik van hun digitale landschap
De bibliotheek is een plek waar een groot deel van de bevolking in technologische ontwikkelingen meegenomen kan worden, en waar betrouwbare informatie rond de laatste wetenschappelijke inzichten qua technologie gedeeld wordt. Als universiteiten en hogescholen hun digitale lesmaterialen via dat publieke netwerk overzichtelijk delen, krijgen inwoners direct toegang tot hoogwaardig onderwijsmateriaal. Het publiek kan zo bijvoorbeeld leren hoe AI- en quantumtechnologie, chips en computers werken. Het is ook de plek om met elkaar te blijven evalueren en bespreken of technologie nog wel goed werkt, en te ontdekken waar verbetering nodig is. Hierdoor kunnen nog meer mensen zich vrijmaken van de huidige platforms en wordt technologie dienstbaar aan het onafhankelijk leren denken, zoals op het vroege internet.
Conclusie
Betrouwbare informatie- en communicatie-infrastructuur, die bibliotheken bieden in oorlogs- en vredestijd, heeft als basis een alternatief publiek internet, dat bibliotheken, universiteiten, hogescholen, onderzoeks- en overheidsinstellingen verbindt. Een alternatief dat het commerciële internet niet volledig hoeft te vervangen: er bestaan tenslotte ook publieke tv-zenders naast de commerciële tv-zenders. Het is echter onverstandig alléén van het commerciële internet afhankelijk te zijn, want het risico op disrupties en kwalijke effecten van big tech is te groot.
Bibliotheken hebben de mogelijkheid en de maatschappelijke verantwoordelijkheid om dit alternatief aan te bieden. Mensen en gemeenschappen worden door een nieuw netwerk in staat gesteld om, met hulp en begeleiding van de bibliotheek, autonomie en eigenaarschap te krijgen over het online digitale landschap en de onderliggende computer- en netwerktechnologie. Bibliotheken zijn een essentiële schakel voor een menselijk internet, dienstbaar aan de ontwikkeling en verheffing van mensen en gemeenschappen
Met dank aan Cor van Beuningen (Socires) voor het kritisch meelezen en het aandragen van verbeteringsvoorstellen.
Een publiek internet bouwen we samen. In het najaar brengt Socires samen met de KB Nationale Bibliotheek en The Internet Society mensen uit tech, overheid, wetenschap en bibliotheeksector bij elkaar. Bouw je mee? Iedereen is welkom! Houd de Socires-pagina in de gaten voor de uitnodiging en het programma.
Heeft u vragen naar aanleiding van het artikel, of wilt u meer weten over het programma Bibliotheek en Burgerschap? Neem dan contact op met David Oldenhof

